De plagen van Egypte: Het stof wordt luizen
Het beeld was niet juist 16 En de HEERE zeide tot Mozes: Zeg tot Aäron: Steek uw staf uit en sla op het stof des lands, opdat het luizen wordt in heel Egypte. 17 En zo geschiedde het; want Aäron strekte zijn hand uit met zijn staf en sloeg het stof der aarde, en het werd luizen op mensen en op dieren; al het stof des lands werd luizen in heel het land Egypte. 18 En de tovenaars deden dat met hun toverschappen, om luizen te brengen, maar zij konden niet; zo waren luizen op de mensen en op het vee. 19 Toen zeiden de tovenaars tot Farao: Dit is de vinger Gods. Maar het hart van Farao werd verhard, en hij luisterde niet naar hen, zoals de HEERE had gezegd. En de HEERE zeide tot Mozes: Sta op des morgens vroeg, en sta voor Farao; zie, hij komt naar het water; en zeg tot hem: Zo zegt de HEERE: Laat Mijn volk gaan, opdat zij Mij dienen.

Landon