De plagen van Egypte: de dood van vee en de zweren
6 En de HEERE deed dit des ochtends; en al het vee van Egypte stierf; maar van het vee der kinderen Israels stierf niet één. 7 En Farao zond, en ziet, van het vee der Israëlieten was niet een dood. En het hart van Farao werd verhard, en hij liet het volk niet gaan. 8 En de HEERE zeide tot Mozes en tot Aäron: Neem tot u een handvol as uit de oven, en laat Mozes die in de hemel verspreiden, voor het aangezicht van Farao. 9 En het zal tot stof worden over het ganse land Egypte, en het zal uitbreken als blaasjes op de mensen en op het vee, over het ganse land Egypte. 10 En zij namen as uit de oven, en stonden voor Farao; en Mozes stroog het op den hemel; en het werd uitbrekende blaasjes, op mens en dier.

Penelope